Foto: Jessica Matthews, University of Alaska Fairbanks

Het High-frequency Active Auroral Research Program, beter bekend onder het acroniem HAARP, is een grootschalig wetenschappelijk onderzoeksprogramma dat is opgezet om fundamentele processen in de ionosfeer van de aarde te bestuderen. De ionosfeer is een elektrisch geladen deel van de atmosfeer dat zich uitstrekt van ongeveer vijftig kilometer boven het aardoppervlak tot ver in de ruimte, waar zij geleidelijk overgaat in de magnetosfeer. In deze laag worden gasmoleculen en atomen geïoniseerd door ultraviolette en röntgenstraling van de zon, waardoor vrije elektronen en ionen ontstaan. Deze geladen deeltjes maken de ionosfeer van cruciaal belang voor radio- en satellietcommunicatie, navigatiesystemen zoals GPS en de interactie tussen de aarde en ruimteweerfenomenen zoals zonnevlammen en geomagnetische stormen.

Ionosferische verwarming

HAARP is gevestigd nabij het dorp Gakona in Alaska, een afgelegen locatie die bewust is gekozen vanwege de relatief lage radio-interferentie, de hoge geografische breedte en de nabijheid van de aurorale zone. Deze ligging maakt het mogelijk om ionosferische processen te bestuderen die sterk worden beïnvloed door het aardmagnetisch veld en door energetische deeltjes die vanuit de zon en de magnetosfeer de atmosfeer binnendringen. De faciliteit bestaat uit een complex van onderzoeksinstrumenten, waarvan het belangrijkste onderdeel het Ionospheric Research Instrument is, een gefaseerde array van 180 hoge-frequentie-antennes die gezamenlijk een oppervlak van tientallen hectares beslaan. Deze antennes kunnen elektromagnetische golven uitzenden in het hoge-frequentiebereik van ongeveer 2,7 tot 10 megahertz, met een maximaal effectief uitgestraald vermogen van circa 3,6 megawatt. De kern van het wetenschappelijke principe achter HAARP is zogeheten ionosferische verwarming. Dit betekent niet dat de ionosfeer letterlijk wordt “opgewarmd” zoals bij een conventionele warmtebron, maar dat de uitgezonden radiogolven energie overdragen aan vrije elektronen in het plasma. Deze elektronen krijgen tijdelijk meer kinetische energie, waardoor hun temperatuur stijgt en hun gedrag verandert. Dit leidt tot kleine, lokale en kortdurende veranderingen in de elektronendichtheid en in de elektromagnetische eigenschappen van de ionosfeer. Door deze veranderingen nauwkeurig te meten met radar, magnetometers, optische sensoren en radiosondes kunnen wetenschappers fundamentele plasmafysische processen bestuderen die anders alleen passief en ongecontroleerd zouden kunnen worden waargenomen.

Betrokkenheid van militaire instanties

De geschiedenis van HAARP gaat terug tot het begin van de jaren negentig van de twintigste eeuw. Het programma werd oorspronkelijk gefinancierd door een samenwerkingsverband van de Amerikaanse luchtmacht, de Amerikaanse marine, de Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) en de University of Alaska Fairbanks. De betrokkenheid van militaire instanties had voornamelijk te maken met hun interesse in betrouwbare langeafstandscommunicatie en in het begrijpen van ionosferische verstoringen die militaire en civiele systemen kunnen beïnvloeden. De eerste operationele experimenten vonden plaats aan het einde van de jaren negentig, waarna de installatie geleidelijk werd uitgebreid tot haar huidige configuratie. In 2015 werd de faciliteit volledig overgedragen aan de University of Alaska Fairbanks, die sindsdien verantwoordelijk is voor het beheer en de wetenschappelijke programmering. Tegenwoordig staat HAARP ook open voor internationale onderzoekers en universitaire samenwerkingen. De experimenten die met HAARP worden uitgevoerd bestrijken een breed spectrum aan wetenschappelijke disciplines binnen de ruimte- en atmosfeerfysica. Een belangrijk onderzoeksgebied is de studie van plasma-golven en golf-deeltjes-interacties in de ionosfeer. Door gecontroleerd radiogolven in te koppelen kunnen onderzoekers onderzoeken hoe energie zich verplaatst binnen een plasma en hoe instabiliteiten ontstaan en weer uitdoven. Dit soort processen is niet alleen relevant voor de aardse ionosfeer, maar ook voor plasma-omgevingen elders in het zonnestelsel en daarbuiten, zoals in de magnetosferen van andere planeten en in interstellaire wolken.

Onderzoek van communicatie- en navigatietechnologie

Een ander belangrijk toepassingsgebied van HAARP-onderzoek is communicatie- en navigatietechnologie. Radiosignalen die over grote afstanden reizen, maken vaak gebruik van reflectie of refractie in de ionosfeer. Variaties in de ionosferische structuur kunnen leiden tot signaalverlies, vertragingen of onnauwkeurigheden in positioneringssystemen. Door de ionosfeer tijdelijk en gecontroleerd te verstoren, kunnen wetenschappers testen hoe communicatiesystemen reageren onder verschillende omstandigheden en zo betere modellen ontwikkelen om storingen te voorspellen en te corrigeren. Dit is met name van belang in poolgebieden, waar ionosferische verstoringen frequenter en heviger zijn. HAARP wordt ook gebruikt voor onderzoek naar zeer lage frequenties en extreem lage frequenties, die normaal gesproken moeilijk te genereren zijn met conventionele antennes. Door gebruik te maken van natuurlijke elektrische stromen in de ionosfeer, zoals aurorale elektrojets, kan HAARP indirect signalen in deze lage frequentiebanden opwekken. Deze signalen zijn interessant voor fundamenteel onderzoek naar elektromagnetische golfpropagatie en voor specifieke communicatietoepassingen, bijvoorbeeld met onderzeese systemen. Daarnaast zijn er experimenten uitgevoerd waarbij HAARP werd ingezet in combinatie met astronomische waarnemingen, zoals het bestuderen van de reflectie van radiosignalen tijdens de passage van objecten in de ruimte, wat inzicht kan geven in hun fysische eigenschappen.

De duizenden antennes van High-frequency Active Auroral Research Program - Foto: UAF/GI photo by JR Ancheta

Complottheorieën 

Ondanks de wetenschappelijke doelstellingen en de uitgebreide openbare documentatie over het onderzoek, is HAARP sinds het begin onderwerp geweest van aanzienlijke controverse en speculatie. In populaire media en op het internet wordt het programma vaak in verband gebracht met complottheorieën die stellen dat HAARP in staat zou zijn om het weer te manipuleren, aardbevingen te veroorzaken, vulkaanuitbarstingen te triggeren of zelfs menselijke gedachten te beïnvloeden. Deze ideeën hebben zich vooral verspreid door een combinatie van wetenschappelijke onbekendheid, wantrouwen tegenover militaire betrokkenheid en de indrukwekkende technische uitstraling van de installatie. Vanuit een wetenschappelijk perspectief zijn deze beweringen echter niet houdbaar. De hoeveelheid energie die HAARP in de ionosfeer injecteert is verwaarloosbaar in vergelijking met de natuurlijke energie-input van de zon, die voortdurend de bovenste lagen van de atmosfeer beïnvloedt. Zonnestraling en geomagnetische stormen brengen energie in die vele ordes van grootte groter is dan wat HAARP ooit kan produceren. Bovendien bevindt de ionosfeer zich ver boven de troposfeer, de laag van de atmosfeer waarin weersystemen zoals stormen, orkanen en neerslag ontstaan. Er bestaat geen fysisch mechanisme waarmee lokale, tijdelijke verstoringen in de ionosfeer direct grootschalige weersveranderingen aan het aardoppervlak zouden kunnen veroorzaken.

Abstract en onzichtbaar

Ook de suggestie dat HAARP aardbevingen zou kunnen opwekken, botst met fundamentele kennis uit de geofysica. Aardbevingen worden veroorzaakt door de opbouw en plotselinge ontlading van mechanische spanning in de aardkorst, op dieptes van kilometers tot tientallen kilometers. Elektromagnetische straling in het hoge-frequentiebereik, uitgezonden op grote hoogte in de atmosfeer, kan geen significante mechanische energie overdragen aan gesteentelagen diep in de aarde. Evenmin is er enig bewijs dat de door HAARP gebruikte frequenties en vermogens biologische effecten op het menselijk brein kunnen hebben, laat staan op grote afstand en op bevolkingsniveau. De blijvende aantrekkingskracht van complottheorieën rond HAARP kan deels worden verklaard door de complexiteit van het onderwerp. De ionosfeer is voor de meeste mensen een abstract en onzichtbaar deel van de atmosfeer, en begrippen als plasmafysica, elektromagnetische golven en ruimteweer zijn niet algemeen bekend. De naam van het programma, waarin termen als “high-frequency”, “active” en “auroral” voorkomen, kan zonder context gemakkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd als iets dat actief ingrijpt in natuurlijke processen. Daarnaast heeft de oorspronkelijke betrokkenheid van militaire instellingen bijgedragen aan een beeld van geheimzinnigheid, ook al zijn de meeste onderzoeksresultaten vrij toegankelijk gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Binnen de wetenschappelijke gemeenschap bestaat een brede consensus dat HAARP een legitieme onderzoeksfaciliteit is die waardevolle bijdragen heeft geleverd aan het begrip van de bovenste atmosfeer en de interactie tussen de aarde en de ruimteomgeving. De gegevens en modellen die uit HAARP-experimenten zijn voortgekomen, worden gebruikt in uiteenlopende toepassingen, van verbeterde voorspellingen van ruimteweer tot robuustere communicatiesystemen. Tegelijkertijd erkent men dat de faciliteit, juist vanwege haar zichtbaarheid en technische mogelijkheden, een dankbaar onderwerp blijft voor speculatie en misinterpretatie.

Een link met het noorderlicht?

De link tussen HAARP en het noorderlicht wordt vaak verkeerd begrepen. In werkelijkheid is die link beperkt, indirect en puur wetenschappelijk. HAARP kan het noorderlicht niet maken, versterken of sturen, maar onderzoekt processen die zich afspelen in dezelfde laag van de atmosfeer waar het noorderlicht ontstaat. Het noorderlicht, ook wel aurora borealis genoemd, is een natuurlijk verschijnsel. Het ontstaat wanneer elektrisch geladen deeltjes van de zon langs het aardmagnetisch veld naar de poolgebieden worden geleid. Daar botsen ze hoog in de atmosfeer met zuurstof- en stikstofdeeltjes. Bij die botsingen komt licht vrij, wat wij zien als groene, rode of paarse lichtsluiers aan de hemel. Dit gebeurt op grote hoogte en wordt aangedreven door enorme hoeveelheden energie van de zon. HAARP doet onderzoek in diezelfde bovenste lagen van de atmosfeer, de ionosfeer. Het programma zendt radiogolven uit die daar kleine en tijdelijke veranderingen veroorzaken. Deze veranderingen zijn heel lokaal en zwak, maar ze maken het mogelijk om te meten hoe de ionosfeer reageert. Dat helpt wetenschappers om beter te begrijpen hoe natuurlijke processen, zoals het noorderlicht, werken. Soms kunnen HAARP-experimenten een heel zwak lichtverschijnsel veroorzaken. Dit lijkt een beetje op het noorderlicht, maar is vele malen kleiner en zwakker. Het is meestal alleen zichtbaar met speciale camera’s en duurt vaak maar enkele seconden. Het gaat dus niet om een echt noorderlicht, maar om een kunstmatig en beperkt effect dat alleen voor onderzoek wordt gebruikt. Het grote verschil is schaal en energie. Een natuurlijk noorderlicht kan hele landen verlichten en uren of zelfs dagen aanhouden. De energie die daarbij vrijkomt, is vele malen groter dan wat HAARP ooit kan uitzenden. HAARP kan daarom geen echte aurora’s maken en al helemaal geen grootschalige lichtshows veroorzaken. De verwarring ontstaat vooral door de naam van het programma. Het woord “auroral” betekent dat het onderzoek te maken heeft met processen die vaak voorkomen in gebieden waar noorderlicht zichtbaar is. Het betekent niet dat HAARP het noorderlicht actief opwekt of controleert.

 

Kris Christiaens

K. Christiaens

Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1892

Het gebeurde toen

Overlijden van de Britse astronoom en wiskundige John Couch Adams. Hij is vooral bekend geworden omdat hij het bestaan en de positie van de planeet Neptunus wist te voorspellen aan de hand van wiskundige berekeningen. Hij deed zijn berekeningen aan de hand van afwijkingen in de baan van Uranus, gecombineerd met de wetten van Kepler en Newton. Dezelfde berekeningen werden ongeveer op hetzelfde moment gedaan door Urbain Le Verrier maar de twee waren niet op de hoogte van elkaars werk. De buitenste ring van de planet Neptunus, een krater op de Maan en een planetoïde warden naar John Couch Adams genoemd.

Ontdek meer gebeurtenissen

Redacteurs gezocht

Ben je een amateur astronoom met een sterke pen? De Spacepage redactie is steeds op zoek naar enthousiaste mensen die artikelen of nieuws schrijven voor op de website. Geen verplichtingen, je schrijft wanneer jij daarvoor tijd vind. Lijkt het je iets? laat het ons dan snel weten!

Wordt medewerker

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken