Foto: NASA

Stel je voor dat je een telefoongesprek moet voeren met iemand die zich op tientallen miljarden kilometers van je bevindt, en dat het signaal dat je ontvangt zwakker is dan een triljoendste van een watt. Dat is precies de dagelijkse realiteit voor de ingenieurs en wetenschappers die werken met NASA's Deep Space Network (DSN). Het DSN is het grootste en meest gevoelige wetenschappelijke telecommunicatiesysteem ter wereld, en de antennes ervan vormen de onmisbare schakel met missies die zich ver buiten de aarde begeven. NASA Het is de ruggengraat van de menselijke deep-space verkenning, zonder het DSN zouden ruimtesondes zoals Voyager, Cassini, New Horizons en de Mars-rovers stomme, dove objecten zijn die eenzaam door het zonnestelsel zweven.

Wat is het Deep Space Network precies?

Het Deep Space Network, of DSN, is NASA's internationale netwerk van gigantische radioantennes dat interplanetaire ruimtemissies ondersteunt, plus een aantal die de aarde omcirkelen. Het DSN biedt ook radar- en radio-astronomische observaties die ons begrip van het zonnestelsel en het grotere universum verbeteren. Het DSN wordt beheerd door NASA's Jet Propulsion Laboratory (JPL), dat ook veel van de interplanetaire robotische ruimtemissies van het agentschap uitvoert. Het netwerk is meer dan enkel een verzameling grote schotels. Het DSN is een krachtig systeem voor het commanderen, volgen en bewaken van de gezondheid en veiligheid van ruimtevaartuigen op vele verre planetaire locaties. Het DSN maakt ook krachtige wetenschappelijke onderzoeken mogelijk die de aard van asteroïden en de interieurs van planeten en manen onderzoeken.

De Oorsprong: een netwerk voor de ruimtevaartdroom

De wortels van het DSN liggen diep in de begindagen van de ruimtevaart. Op 3 december 1958 werd JPL overgedragen van het Amerikaanse leger aan NASA en kreeg het de verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de uitvoering van maanverkennings- en planetaire verkenningsprogramma's met op afstand bestuurde ruimtevaartuigen. Kort daarna stelde NASA het concept van het Deep Space Network op als een afzonderlijk beheerd en geëxploiteerd communicatiesysteem dat alle diepe ruimtemissies zou kunnen accommoderen, waardoor elke vluchtproject niet zijn eigen gespecialiseerde ruimtecommunicatienetwerk hoefde te verwerven en te exploiteren. De voorloper van het DSN werd opgericht in januari 1958, nog vóór de officiële oprichting van NASA in oktober 1958. Op 20 juli 1969 hielpen DSN-antennes over de hele wereld bij het ontvangen van de eerste downlink en tweerichtingscommunicatie vanaf het oppervlak van de maan, en ontvingen ze ook de iconische boodschap: "That's one small step for [a] man, one giant leap for mankind." Het DSN heeft zich onder dit concept ontwikkeld tot een wereldleider in de ontwikkeling van laag-ruis ontvangers, grote parabolische schotelantennes, tracking-, telemetrie- en commandosystemen, digitale signaalverwerking en deep-space navigatie.

De drie grote complexen

Het DSN bestaat uit drie faciliteiten die gelijkmatig over de wereld verspreid zijn, ongeveer 120 graden van elkaar in lengtegraad. Deze locaties bevinden zich in Goldstone, nabij Barstow, Californië; nabij Madrid, Spanje; en nabij Canberra, Australië. De strategische plaatsing van deze locaties maakt constante communicatie met ruimtevaartuigen mogelijk terwijl onze planeet roteert: voordat een ver ruimtevaartuig beneden de horizon zakt bij een DSN-locatie, kan een andere locatie het signaal oppikken en de communicatie voortzetten. De drie complexen zijn elk bekend onder een eigen naam. Het Goldstone Deep Space Communications Complex (GDSCC) ligt in de Mojave-woestijn van Californië. Het Madrid Deep Space Communications Complex (MDSCC) bevindt zich in Robledo de Chavela, circa 60 kilometer ten westen van Madrid. Het Canberra Deep Space Communications Complex (CDSCC) ligt in Tidbinbilla, nabij de Australische hoofdstad. De faciliteiten in Spanje en Australië zijn gezamenlijk eigendom van en worden beheerd in samenwerking met de wetenschappelijke instellingen van de respectieve overheden.

Het Canberra Deep Space Communications Complex (CDSCC) in Australië - Foto: NASA

De antennes: giganten van staal en precisie

Elk van de drie Deep Space Network-locaties heeft meerdere grote antennes en is ontworpen om continue radiocommunicatie met verscheidene ruimtevaartuigen en de aarde mogelijk te maken. Alle drie de complexen bestaan uit ten minste vier antennestations, elk uitgerust met grote parabolische schotelantennes en ultragevoelige ontvangersystemen die ongelooflijk zwakke radiosignalen van verre ruimtevaartuigen kunnen detecteren. De antennes zijn de absolute kroonjuwelen van het DSN en komen in drie hoofdformaten:

  • De 70-meter antennes: de koningen van de communicatie
    Elke Deep Space Network-locatie heeft één enorme antenne met een diameter van 70 meter (230 voet). De 70-meter antennes zijn de grootste en meest gevoelige DSN-antennes, die in staat zijn een ruimtevaartuig te volgen dat tientallen miljarden kilometers van de aarde verwijderd is. Met een gewicht van bijna 2.700 ton wordt het oppervlak van deze gigantische, schotelvormige reflector gehandhaafd op een precisie van binnen een halve inch (één centimeter) over het gehele oppervlak van 3.850 vierkante meter. Deze precisie is cruciaal, zelfs kleine vervormingen zouden de werking van de antenne verstoren. Een hydrostatisch lagerstelsel ondersteunt het enorme gewicht van de antenne op drie pads, die over een grote stalen ring glijden op een film van olie zo dun als een vel papier. De beroemdste 70-meter antenne is DSS-14 in Goldstone, ook wel de "Mars-antenne" genoemd. De 70-meter antenne in Goldstone, bijgenaamd de "Mars-antenne", was de eerste van de gigantische antennes die ontworpen was om zwakke signalen te ontvangen en zeer sterke signalen ver de ruimte in te sturen. Ze werd in 1966 operationeel met een schotel van 64 meter breed en in 1988 opgewaardeerd naar 70 meter om de antenne in staat te stellen NASA's Voyager 2 te volgen terwijl het Neptunus naderde. Een bijzonder geval is DSS-43 in Canberra. De 70-meter DSS-43 is de enige antenne die kan communiceren met Voyager 2 vanwege zijn traject door het zuidelijke hemelhalfrond. Dit maakt DSS-43 een uniek en onvervangbaar instrument.
  • De 34-meter antennes: veelzijdige werkpaarden
    De 34-meter antennes komen in twee typen: een hoog-efficiënte antenne en een beam-waveguide antenne. Wat de beam-waveguide versie bijzonder maakt, is de toevoeging van vijf precisie radiofrequentiespiegels die radiosignalen langs een buis reflecteren van de antenne naar een ondergrondse ruimte. Dit ontwerp stelt gevoelige elektronica in staat om in een klimaatgecontroleerde apparatuurruimte te staan in plaats van buiten, in het midden van het antenneschoteltje. Deze configuratie vereenvoudigt ook het onderhoud en de modificatie van de apparatuur naarmate nieuwe technologieën worden ontwikkeld.
  • Antenna-arraying: de kracht van samenwerking
    De antennes kunnen signalen combineren en gelijktijdig worden gebruikt om de ontvangst van zwakke signalen te verbeteren. Het samenvoegen van vier 34-meter antennes kan het equivalent geven van één 70-meter schotel. Er kunnen maximaal acht antennes tegelijk worden samengevoegd. NASA gebruikte antenna-arraying voor het eerst in de jaren 1970, als experiment voor Voyager-encounters bij Jupiter en de Pioneer 11-encounter met Saturnus. Voor de historische flyby van Voyager 2 langs Neptunus in 1989 werd dit systeem tot het uiterste gedreven: voor de Neptune-encounter combineerde het DSN signalen van de Parkes Radio Telescope in Australië in het Canberra-complex, en combineerde signalen van de 27 antennes van de Very Large Array in New Mexico in de Goldstone-array.

Een 34-meter antenne van het Madrid Deep Space Communications Complex (MDSCC) in Spanje - Foto: NASA

Het Operationeel Commandocentrum

De antennes van alle drie DSN-complexen communiceren rechtstreeks met het Deep Space Operations Center, ook bekend als het operationeel controlecentrum van het Deep Space Network, gelegen in de JPL-faciliteiten in Pasadena, Californië. In juli 1961 startte NASA met de bouw van de permanente faciliteit, de Space Flight Operations Facility (SFOF). De faciliteit werd voltooid in oktober 1963 en ingewijd op 14 mei 1964. In de beginopzet van de SFOF waren er 31 consoles, 100 gesloten-circuit televisiescamera's en meer dan 200 televisiedisplays. Momenteel bewaken en sturen het personeel van het operatiecentrum bij de SFOF de operaties, en houden ze toezicht op de kwaliteit van telemetrie en navigatiegegevens van ruimtevaartuigen die worden geleverd aan netwerkgebruikers.

De drie grote DSN centra zorgen er voor dat ruimtetuigen die ons zonnestelsel verkennen
steeds kunnen communiceren met de aarde - Foto: NASA

Wat doet het Deep Space Network?

De meest fundamentele taak van het DSN is tweerichtingscommunicatie met ruimtevaartuigen. Vanuit de grondstations worden commando's verzonden naar sondes op honderden miljoenen of zelfs miljarden kilometers afstand, terwijl wetenschappelijke data en telemetrie worden ontvangen. Het DSN biedt communicatiediensten aan een breed scala van klanten, waaronder diepe ruimtemissies, maanmissies, relayoperaties bij Mars, Lagrange-puntmissies en missies in een sterk elliptische baan, 24 uur per dag, zeven dagen per week, 365 dagen per jaar. Het DSN werkt op meerdere radiofrequentiebanden. Het NASA Deep Space Network kan zowel zenden als ontvangen in alle ITU-diepe ruimtebanden: S-band (2 GHz), X-band (8 GHz) en Ka-band (32 GHz). Het gebruik van hogere frequenties heeft meer voordelen, hogere frequenties hebben een hogere versterking voor dezelfde antennegrootte en de diepe ruimtebanden zijn breder, zodat er meer data kan worden teruggestuurd. Hogere frequenties vereisen echter ook een nauwkeurigere puntrichting (op het ruimtevaartuig) en preciezere antenneoppervlakken (op aarde). De uitdaging is bijna onvoorstelbaar. Voyager gebruikt laagvermogen radio-ontvangers met een capaciteit van 23 watt om het signaal op zo'n grote afstand te ontvangen. De ontvangende antenne op het ruimtevaartuig heeft een diameter van 3,7 meter, terwijl de ontvangende antennes op aarde die het Deep Space Network vormen een diameter hebben van 34 en 70 meter.

Wetenschappers en ingenieurs kunnen de locatie van een ruimtevaartuig en de snelheid waarmee het beweegt afleiden door veranderingen in de radiofrequentie van het signaal te meten. Dit is mogelijk dankzij het Doppler-effect, hetzelfde fenomeen dat ervoor zorgt dat een sirene anders klinkt naarmate hij naar je toe of van je af beweegt. Het DSN stuurt een radiosignaal op een bekende frequentie naar het ruimtevaartuig. Het ruimtevaartuig herzendt het signaal terug naar de aarde, vaak op een iets andere frequentie. Als het ruimtevaartuig naar de aarde toe beweegt, is de ontvangen frequentie iets hoger. Als het verwijdert, is die iets lager. Door de frequentieverschuiving nauwkeurig te meten, berekent het DSN de radiale snelheid van het ruimtevaartuig. Het DSN kan snelheden meten tot op millimeters per seconde, zelfs op afstanden van miljarden kilometers. Naast het Doppler-effect wordt ook "ranging" gebruikt voor afstandsbepaling: het DSN stuurt een gecodeerd radiosignaal naar het ruimtevaartuig, dat het terugzendt. Moderne ranging kan precisie op meterniveau bereiken over miljarden kilometers. Zo kunnen NASA-navigatoren voorspellen waar een ruimtevaartuig over jaren zal zijn, zoals voor de New Horizons-flyby van Pluto.

Het DSN is niet louter een postbode, het is ook een wetenschappelijk instrument op zichzelf. Het DSN vormt één onderdeel van het radiowetenschap-experiment dat in de meeste diepe ruimtemissies is opgenomen, waarbij radioverbindingen tussen ruimtevaartuigen en de aarde worden gebruikt om planetaire wetenschap, ruimtefysica en fundamentele fysica te onderzoeken. De experimenten omvatten radio-occulaties, zwaartekrachtveldmeting en hemelmechanica, bistatisch verstrooiing, doppler-windexperimenten, karakterisering van de zonnekorona en tests van fundamentele fysica. Een concreet voorbeeld is de Juno-missie naar Jupiter: het DSN straalt een Ka-band uplink uit, die wordt opgepikt door Juno's Ka-band communicatiesysteem en vervolgens verwerkt door een speciaal communicatiepakket genaamd KaTS. Hierdoor kan de snelheid van het ruimtevaartuig in de loop van de tijd worden bepaald met een niveau van precisie dat een nauwkeurigere bepaling van het zwaartekrachtveld van Jupiter mogelijk maakt. Het DSN beheert ook de Goldstone Solar System Radar, het enige planetaire radarsysteem ter wereld. Hiermee kunnen asteroïden worden gescand, de topografie van planeetoppervlakken worden bepaald en potentieel gevaarlijke objecten worden bestudeerd.

Eén van de grote Goldstone antennes van NASA's Deep Space Network - Foto: NASA/JPL

Waarom is het Deep Space Network zo Belangrijk?

Het volgen van voertuigen in de diepte ruimte is heel anders dan het volgen van missies in een lage aardbaan (LEO). Diepe ruimtemissies zijn gedurende lange perioden zichtbaar vanaf een groot deel van het aardoppervlak en vereisen daardoor slechts weinig stations, het DSN heeft slechts drie hoofdlocaties. Deze weinige stations vereisen echter enorme antennes, ultragevoelige ontvangers en krachtige zenders om over de enorme afstanden te kunnen zenden en ontvangen. Zonder het DSN zouden tientallen actieve ruimtemissies volledig stil vallen. Voyager 1, momenteel het verste door mensen gemaakte object ooit, bevindt zich op meer dan 24 miljard kilometer van de aarde. De kosmische mechanica betekent dat een signaal bijna één aardse dag nodig heeft om heen en terug te reizen tussen mensen en de sonde. Scientific American Toch slaagt het DSN erin contact te onderhouden, een technologische prestatie zonder weerga.

De grootste antennes van het DSN worden vaak ingezet tijdens ruimtevaartuigstoringen. Dit was levendig geïllustreerd met Voyager 1, dat in november 2023 begon met het uitzenden van onzinnige data. Wetenschappers konden het probleem herleiden tot een onderdeel van het computersysteem van het ruimtevaartuig genaamd het flight data subsystem (FDS), en stelden vast dat een bepaalde chip daarin was uitgevallen. Missie-ingenieurs konden de chip niet repareren, maar slaagden erin de code die op de defecte chip was opgeslagen op te splitsen in stukjes die ze konden onderbrengen in vrije hoeken van het geheugen van het FDS. Het eerste herstel werd op 18 april naar Voyager 1 verzonden. Met een totale afstand van 48 miljard kilometer om af te leggen van de aarde naar het ruimtevaartuig en terug, moest het team bijna twee volle dagen wachten op een reactie. Het DSN opereert ook volgens de normen van het Consultative Committee for Space Data Systems, net als de meeste andere diepe ruimtenetwerken, en het DSN kan daardoor samenwerken met de netwerken van andere ruimteagentschappen. Dit omvat het Russische Deep Space Network het Chinese Deep Space network, het Indiase Deep Space Network, het Japanse Deep Space Network en ESTRACK van het Europese ruimteagentschap ESA.

Continu in bedrijf: geen moment rust

Het DSN kent geen vrije dagen. Bij drie locaties over de hele wereld beheert NASA's Jet Propulsion Laboratory een netwerk van grote radioantennes dat wordt gebruikt om contact te houden met de ruimtevaartuigen die ons zonnestelsel en het universum daarbuiten verkennen. NASA Terwijl de aarde draait, neemt telkens een ander complex het over van zijn voorganger, een naadloze estafette van communicatie die al meer dan zestig jaar ononderbroken doorgaat. Voor wie zelf even wil meekijken: via het online "DSN Now"-platform van NASA kan iedereen in realtime zien welke antennes actief zijn, met welke ruimtevaartuigen ze communiceren, hoe snel data wordt ontvangen en hoe lang het signaal er over doet om de sonde te bereiken.

 

Kris Christiaens

K. Christiaens

Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1684

Het gebeurde toen

De Italiaans-Franse astronoom Giovanni Domenico Cassini ontdekt de Saturnusmanen Dione en Tethys. Dione heeft een gemiddelde diameter van 1 120 kilometer en volgens recente resultaten van de Cassini ruimtesonde bevindt zich mogelijk vloeibaar water onder de ijskorst. De maan Tethys heeft dan weer een diameter van 1 060 diameter en het oppervlak wordt gekenmerkt door een enorme krater genaamd Odysseus die een diameter van 400 kilometer heeft. Foto: NASA

Ontdek meer gebeurtenissen

Redacteurs gezocht

Ben je een amateur astronoom met een sterke pen? De Spacepage redactie is steeds op zoek naar enthousiaste mensen die artikelen of nieuws schrijven voor op de website. Geen verplichtingen, je schrijft wanneer jij daarvoor tijd vind. Lijkt het je iets? laat het ons dan snel weten!

Wordt medewerker

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken