Links: Reanalyse van de evolutie van de ozonlaag op basis van satellietwaarnemingen, op 2 oktober 2006, het jaar waarin de laagste hoeveelheid ozon boven Antarctica sinds 2003 werd aangetroffen. (Data – BIRA-BRAM2) Rechts: Voorspelling van BIRA's BASCOE-model voor de hoeveelheid ozon in de atmosfeer op 2 oktober 2020.
Foto: BIRA

Het gat in de ozonlaag boven het zuidpoolgebied is dit jaar, omwille van de uitzonderlijke koude temperaturen in de stratosfeer, erg diep. Daar waar het ozongat boven Antarctica vorig jaar nog het kleinste ooit gemeten was, zou het dit jaar wel eens een van de grootste kunnen worden. Of het ozongat effectief richting een record zal evolueren, zal de komende dagen en weken door satellietwaarnemingen kunnen bevestigd worden en hangt vooral af van de verdere stabiliteit van de stratosferische polaire vortex.

De ozonlaag beschermt het leven op aarde tegen schadelijke ultraviolette (UV) straling van de zon. Aan het einde van de 20e eeuw heeft de menselijke uitstoot van chemische stoffen, de zogenaamde halogeenkoolwaterstoffen, de hoeveelheid ozonmoleculen in de atmosfeer negatief beïnvloed, wat met name heeft geleid tot het jaarlijkse gat in de ozonlaag boven het Antarctisch gebied. Het Protocol van Montreal, dat in 1987 van kracht werd, heeft de hoeveelheid halogeenkoolwaterstoffen in de atmosfeer aan banden gelegd, waardoor de ozonlaag zich langzaam herstelt. De Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS) wordt gefinancierd door de Europese Commissie om de toestand van onze atmosfeer te monitoren en levert dagelijks updates over de toestand van de ozonlaag. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA) draagt bij aan CAMS dankzij zijn expertise in het modelleren en observeren van de ozonlaag. Zoals elk jaar begin oktober bereikt het ozongat momenteel zijn maximale omvang en diepte boven Antarctica. In 2018 was het ozongat zeer groot en diep, vorig jaar was het net weer uitzonderlijk zwak. CAMS toont aan dat het gebied dat dit jaar door het ozongat wordt bedekt, vergelijkbaar is met die van 2018 in omvang, maar de ozonkolom bereikte al sinds 2003 niet meer zo’n lage waarden in begin oktober.

Deze lage ozonwaardes hangen samen met de meteorologische omstandigheden boven het zuidpoolgebied. Het is momenteel namelijk uitzonderlijk koud boven Antarctica voor deze dagen van het jaar: satellieten meten de laagste temperaturen in de stratosfeer sinds 2003. Een lage temperatuur reflecteert een stabiele vortex, die aanleiding geeft tot meer ozonafbraak.

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA-IASB) draagt bij aan CAMS en maakt eigen voorspellingen van het ozongat. Hun model voor stratosferische chemie, het Belgian Assimilation System for Chemical ObsErvations (BASCOE), voorspelt dat het ozongat dit jaar het vorige record van 2006 benadert. Satellietwaarnemingen zullen de komende weken al dan niet bevestigen of dat record ook effectief gebroken wordt, en dat zal afhangen van de verdere evolutie van de stratosferische polaire vortex. De vraag rijst nu: houdt dit uitzonderlijk sterke ozongat verband met de klimaatverandering? Chemie-klimaatmodellen laten zien dat het Antarctische ozongat naar verwachting geleidelijk zal sluiten, waarbij het ozongehalte in het voorjaar rond 2060 terugkeert naar de waarden van 1980. Het tijdstip van dit herstel hangt niet af van de toename van de concentraties van broeikasgassen, d.w.z. dat dit onafhankelijk van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering zal gebeuren.

Toch is dit niet het hele verhaal, gezien de uitzonderlijke ozongaten extreme meteorologische omstandigheden weerspiegelen. Dit geldt zowel voor de uitzonderlijk sterke ozongaten die dit jaar boven de Noordpool en de Zuidpool werden aangetroffen, als voor het uitzonderlijk zwakke ozongat dat vorig jaar boven de Zuidpool werd waargenomen. Het is nog niet duidelijk of dergelijke extreme gebeurtenissen vaker zouden kunnen voorkomen als gevolg van de klimaatverandering.

Bron: Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA-IASB)

Dit gebeurde vandaag in 1985

Het gebeurde toen

De Russische ruimtesonde Vega 1, die op weg is naar de komeet Halley, vliegt langs de planeet Venus en laat er een lander en ballon achter die het oppervlak en de atmosfeer van deze planeet verder onderzoeken. In het midden van de meest actieve van de drie wolkenlagen namen de instrumenten aan boord van de ballon een temperatuur van 300 tot 310 K waar en een luchtdruk van 535 mbar. De ballon zweefde uiteindelijk westwaarts, op praktisch ongewijzigde breedtegraad, met een snelheid van 69 m/sec. Tot op heden blijft het onbekend hoe ver de ballon uiteindelijk vloog, echter ten tijde van het laatste signaal op 13 juni 1985 had hij 11 600 kilometer afgelegd. De metingen van de ballon gaven aan dat het wolkendek sterk verschilde van dat wat Pioneer Venus waarnam.

Ontdek meer gebeurtenissen

Redacteurs gezocht

Ben je een amateur astronoom met een sterke pen? De Spacepage redactie is steeds op zoek naar enthousiaste mensen die artikelen of nieuws schrijven voor op de website. Geen verplichtingen, je schrijft wanneer jij daarvoor tijd vind. Lijkt het je iets? laat het ons dan snel weten!

Wordt medewerker

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken