Foto: Giuseppe Donatiello (Flickr)

Er zijn deep-sky objecten die je versteld doen staan door hun schoonheid. Er zijn objecten die je versteld doen staan door hun omvang. En er zijn objecten die je versteld doen staan door het verhaal dat ze vertellen, een verhaal van catastrofe, van kosmisch geweld, van een ster die explodeerde en in haar dood de ruimte rondom haar voor altijd veranderde. IC 443, de Jellyfish Nebula (Kwallennevel), behoort tot die laatste categorie. Op een goede narrowband-astrofoto is het beeld onmiddellijk herkenbaar: een grote, bolvormige structuur van gloeiende filamenten en bogen, dooraderd met draadvormige slierten en compacte knobbels, die samen de suggestie wekken van een kwal die door een donkere oceaan zweeft.

De tentakels van gloeiend gas reiken in alle richtingen, sommige helder en scherp omlijnd, andere vaag en uitgewaaierd, en samen vormen ze een van de meest complexe en visueel rijke structuren aan de winterhemel. Maar de Jellyfish Nebula (Kwallennevel) is meer dan een mooi plaatje. Ze is een van de best bestudeerde supernova-restanten in onze melkweg, een laboratorium voor de extremste fysische processen die de natuur kent, en een venster op de laatste momenten van een massieve ster die ooit, duizenden jaren geleden, de nacht verlichte als een tweede maan.

Ontdekking en catalogisering

IC 443 werd fotografisch ontdekt aan het einde van de negentiende eeuw en opgenomen in de Index Catalogue, de IC, die in 1895 en 1908 als aanvulling op de New General Catalogue werd gepubliceerd door John Louis Emil Dreyer. De Index Catalogue was grotendeels gebaseerd op fotografische waarnemingen, en IC 443 is een typisch voorbeeld van een object dat zijn bestaan dankt aan de revolutie die de astrofotografie teweegbracht in de observationele astronomie: visueel is de nevel nauwelijks of niet te zien zonder filters, maar op fotografische platen met voldoende belichtingstijd verschijnen de gloeiende filamenten als een duidelijke, complexe structuur. In andere catalogi is de nevel terug te vinden als Sharpless 2-248 (Sh2-248), een aanduiding uit de catalogus van H-II-gebieden van Stewart Sharpless uit 1959. Die classificatie als H-II-gebied is enigszins misleidend voor een supernova-restant, en weerspiegelt het feit dat Sharpless zijn catalogus samenstelde op basis van morfologische kenmerken, de nevel ziet er in H-alfa inderdaad uit als een H-II-gebied, zonder altijd de fysische aard van elk object te identificeren. De ware aard van IC 443 als supernova-restant werd vastgesteld in de tweede helft van de twintigste eeuw, toen radiotelescopen en later röntgentelescopen de karakteristieke eigenschappen van de nevel in kaart brachten: de niet-thermische radiosynchrotonemissie, de hoge uitbreidingssnelheid van het gas, en de schokgolfstructuren die typisch zijn voor de nasleep van een supernova-explosie.

Locatie aan de hemel

IC 443 bevindt zich in het sterrenbeeld Gemini, de Tweelingen, op een rechte klimming van 6u 16m 54s en een declinatie van +22° 31'. Dit plaatst het object aan de winterhemel, in het gezelschap van andere beroemde winterobjecten zoals de Orionnevel (M42), de Rosettanevel (NGC 2237) en de Helm van Thor (NGC 2359). Voor waarnemers op het noordelijk halfrond is de Jellyfish Nebula het best te observeren van november tot april, wanneer Gemini hoog aan de hemel staat. De afstand tot IC 443 is een onderwerp dat in de loop der jaren meerdere keren is herzien en verfijnd. Moderne schattingen plaatsen het object op een afstand van ongeveer 5.000 lichtjaar, maar er is enige onzekerheid in deze waarde die samenhangt met de complexe interstellaire omgeving van de nevel. Sommige studies geven afstanden van 4.000 lichtjaar, andere van 6.000 lichtjaar, en de werkelijke waarde ligt waarschijnlijk ergens in dat bereik. Op die afstand heeft de Jellyfish Nebula een schijnbare diameter van ongeveer 45 tot 50 boogminuten, vergelijkbaar met de diameter van de volle maan, wat haar tot een van de grotere supernova-restanten aan de hemel maakt. De werkelijke fysische diameter bedraagt op basis van de aangenomen afstand ruwweg 65 tot 80 lichtjaar, wat aangeeft hoe enorm de explosiegolf zich heeft uitgebreid in de duizenden jaren sinds de supernova plaatsvond. De ligging in Gemini is voor astrofotografen bijzonder interessant omdat de nevel is ingebed in een rijk sterrenveld van de wintermelkweg, niet ver van de grens met Orion en Taurus. In de directe omgeving bevinden zich ook andere bekende nevels en stervormingsgebieden, waaronder de emissienevel IC 444 die in hetzelfde gezichtsveld ligt en op brede opnames samen met IC 443 een fraai nevelcomplex vormt.

De exacte locatie van de Kwallennevel aan de sterrenhemel. 

De supernova

Om IC 443 volledig te begrijpen, moeten we teruggaan naar het begin, of beter gezegd, het einde: de supernova-explosie die IC 443 heeft gecreëerd. Ergens tussen de 3.000 en 30.000 jaar geleden, de schattingen variëren sterk afhankelijk van de aangenomen afstand en de uitbreidingssnelheid, explodeerde een massieve ster in het sterrenbeeld Gemini als een Type II supernova, ook wel een kerninstortingssupernova genoemd. Type II supernovae ontstaan wanneer een massieve ster, met een massa van minimaal 8 en doorgaans 15 tot 25 of meer zonsmassa's, het einde van zijn kernfusieprocessen bereikt. Een massieve ster begint zijn leven met het fuseren van waterstof tot helium in zijn kern, vervolgens helium tot koolstof en zuurstof, en zo verder door een reeks van steeds zwaarder wordende elementen, koolstof, neon, zuurstof, silicium, totdat de kern bestaat uit ijzer en nikkel. IJzerfusie levert geen energie op maar verbruikt energie, en op het moment dat de kern te groot en te zwaar wordt, stort hij in fracties van een seconde in onder zijn eigen zwaartekracht. Die instorting is catastrofaal. De kern, nu een compacte neutronenster of zelfs een zwart gat, wordt gevormd op een tijdschaal van milliseconden, terwijl de buitenste lagen van de ster in een gigantische schokgolf naar buiten worden gesloten. De energie die bij deze explosie vrijkomt is nauwelijks te bevatten: meer energie dan de zon in haar hele leven van 10 miljard jaar zal uitstralen, vrijgekomen in een tijdsbestek van seconden tot minuten. Voor korte tijd is de exploderende ster helderder dan de volledige melkweg. De explosiegolf van de supernova die IC 443 heeft gecreëerd, is al duizenden jaren aan het uitdijen in het omringende interstellaire medium. Die uitdijende schokgolf is de Kwallennevel die we vandaag zien.

De structuur: een verhaal in twee helften

Een van de meest opvallende en wetenschappelijk interessante aspecten van IC 443 is de duidelijke asymmetrie in haar structuur. De nevel bestaat uit twee morfologisch verschillende helften die samen de kwalvorm vormen, maar die elk hun eigen karakter hebben en hun eigen verhaal vertellen over de interactie van de supernova-schokgolf met de omringende interstellaire omgeving. De noordoostelijke helft van de nevel is helderder, compacter en scherper omlijnd. Ze bestaat uit strak georganiseerde, boogvormige filamenten die wijzen op een schokgolf die botst op een relatief dichte, homogene omgeving. De heldere bogen zijn de eigenlijke schokfronten, zones waar het gas van het interstellaire medium door de passerend schokgolf wordt samengeperst, verhit en aan het gloeien gebracht. In H-alfa straalt dit deel van de nevel bijzonder sterk.

De zuidwestelijke helft is structureel heel anders: uitgestrekter, diffuser en met een meer onregelmatige, filamenteuze morfologie. Deze half van de nevel wordt gekenmerkt door langere, dunner slierten gas die zich in meerdere richtingen uitstrekken en die de karakteristieke "tentakels" van de kwal vormen. De meer diffuse structuur is het gevolg van de interactie van de schokgolf met een ijlere, meer heterogene omgeving, een regio van het interstellaire medium met minder dichtheid dan de noordoostelijke kant. Die asymmetrie is geen toeval. De omgeving rondom het centrum van de explosie was niet homogeen: aan de ene kant was er een dichtere moleculaire wolk die de schokgolf heeft afgeremd en gedeflecteerd, aan de andere kant een ijler medium waardoorheen de schokgolf sneller en verder kon doordringen. Het gevolg is een nevel die eruitziet als een kwal die niet perfect symmetrisch is, wat haar in werkelijkheid alleen maar interessanter maakt.

Een centrale neutronenster

In het hart van IC 443, diep verscholen in de nevelmassa, bevindt zich het compacte overblijfsel van de ster die ooit explodeerde: een neutronenster die de aanduiding CXOU J061705.3+222127 draagt en die werd ontdekt door de Chandra X-ray Observatory in het begin van de jaren 2000. Neutronensterren zijn de meest extreme objecten in het universum die geen zwarte gaten zijn. Ze ontstaan wanneer de kern van een massieve ster ineenstort tot een bol van nauwelijks 20 tot 30 kilometer diameter, maar met een massa van 1,4 tot 2 keer die van de zon. De dichtheid in een neutronenster is zo extreem dat een theelepel van het materiaal meer dan een miljard ton zou wegen, vergelijkbaar met de massa van een berg samengeperst in een volume kleiner dan een suikerklontje. De neutronenster in IC 443 is van een bijzonder type: het is een zogenaamde pulsar wind nebula (PWN) bron, ook aangeduid als een roterende radiostille neutronenster of RCW. In tegenstelling tot de klassieke pulsars die regelmatige radiopulsen uitzenden, is deze neutronenster opmerkelijk zwak in radiogolflengtes maar sterk in röntgenlicht. Ze heeft een rotatiesnelheid die is afgenomen tot slechts een paar pulsen per seconde, wat aangeeft dat ze al duizenden jaren aan het afremmen is. Wat deze neutronenster bijzonder interessant maakt, is haar positie in de nevel. Ze bevindt zich niet in het geometrische centrum van IC 443, maar significant van het centrum verschoven. Dit is een aanwijzing dat de ster bij haar geboorte een zogenaamde geboorteknop heeft meegekregen, een asymmetrische impuls bij de supernova-explosie die de neutronenster een hoge ruimtesnelheid heeft gegeven. Door de snelheidscomponent is ze in duizenden jaren al honderden lichtjaren van haar geboorteplaats verwijderd, en bevindt ze zich nu aan de rand van de nevel die ze zelf heeft gecreëerd.

IC 443 gefotografeerd vanuit Spanje door Paddy Gilliland.

Emissiegolflengtes en spectrale eigenschappen

IC 443 is een van de rijkste en meest veelzijdige nevelobjecten wat betreft de golflengtes waarop ze emitteert. In het optische spectrum straalt de nevel het sterkst in H-alfa, de rode emissielijn van geïoniseerd waterstof op 656 nanometer. De H-alfa-emissie is geconcentreerd in de helderdere schokfronten en filamenten van de nevel en geeft de kwal zijn karakteristieke rode gloed op breedbandopnames. In OIII (dubbel geïoniseerd zuurstof, 500 nanometer) is IC 443 eveneens sterk aanwezig, en de ruimtelijke distributie van OIII-emissie verschilt subtiel maar meetbaar van die van H-alfa. De OIII-emissie is meer geconcentreerd in de heetste, meest geïoniseerde zones van de schokfronten, terwijl H-alfa ook in de koelere, minder geïoniseerde zones aanwezig is. Op goed verwerkte narrowband-compositiebeelden is deze ruimtelijke scheiding zichtbaar als kleurverschillen binnen de nevelstructuur. In SII (zwavel, 672 nanometer) vertoont IC 443 sterke emissie, sterker dan in veel andere emissinebels. Dit is kenmerkend voor supernova-restanten: de hoge SII/H-alfa-verhouding is een van de diagnostische kenmerken die astronomen gebruiken om supernova-restanten te onderscheiden van gewone H-II-gebieden. De sterke SII-emissie is het gevolg van de hoge schoksnelheden die het gas verhitten tot temperaturen waarbij zwavel efficiënt wordt geïoniseerd. Voor narrowband-astrofotografie in het Hubble-palet (SHO) geeft IC 443 prachtige resultaten: de rijke SII-emissie zorgt voor warme, oranje-rode tinten in de schokfronten, de H-alfa-emissie geeft de hoofdstructuur een goudgele kleur, en de OIII-zones lichten op in koele blauwgroene tinten. De combinatie schept een kleurrijk, gelaagd beeld dat de complexe interne structuur van de nevel op een visueel aansprekende manier weergeeft.

Astrofotografie: een uitdaging die loont

IC 443 is voor astrofotografen een object dat meer vraagt dan gemiddeld, maar dat die investering ruimschoots terugbetaalt. De combinatie van een grote schijnbare afmeting, rijke interne structuur en sterke emissie in meerdere narrowband-golflengtes maakt het tot een van de fotogeniekste winterobjecten aan de hemel. Qua brandpuntsafstand is IC 443 veelzijdig. Met een brandpuntsafstand van 300 tot 500 mm op een APS-C sensor of 400 tot 700 mm op fullframe past de volledige kwal in het beeldveld met voldoende ruimte voor de omgeving, inclusief de naburige emissinevel IC 444 die op bredere opnames samen met IC 443 een fraai nebelcomplex vormt. Met langere brandpuntsafstanden van 700 tot 1200 mm kunnen de fijnere interne structuren, de dunne filamenten, de compacte knobbels en de subtiele kleurverschillen tussen de H-alfa en OIII zones, in detail worden vastgelegd. Een bijzonder interessante fotostrategie voor IC 443 is het combineren van narrowband data in het SHO of HOO palet met breedband RGB data voor de sterachtergrond. De rijke sterrenvelden van de wintermelkweg rondom de Kwallennevel geven een warme, kleurrijke achtergrond die de gloeiende nevelstructuren fraai complementeert.

Door de narrowband-nevel te combineren met een RGB-sterachtergrond, een techniek die in de astrofotografie gemeenschap bekend staat als HOO+RGB of SHO+RGB, kan een eindresultaat worden gecreëerd dat zowel de wetenschappelijke rijkdom van de nevel als de esthetische schoonheid van de omgeving tot zijn recht laat komen. Belichtingstijden van 8 tot 15 uur in H-alfa zijn aanbevolen voor een volledig uitgewerkte opname, aangevuld met vergelijkbare tijden in OIII en SII voor een complete narrowband-dataset. De flauwere tentakels en buitenstructuren van de kwal vereisen de meeste integratie: ze zijn zwakker dan de centrale schokfronten en komen pas bij voldoende belichtingsdiepte volledig zichtbaar. Vanuit lichtverontreinigde stedelijke omgevingen is IC 443 goed te fotograferen met dual-narrowband filters dankzij de sterke H-alfa en OIII emissie. De nevel is een populaire keuze voor urban astrofotografen die narrowband willen verkennen, mede omdat de heldere centrale structuren al bij relatief korte totale belichtingstijden van 3 tot 5 uur een bevredigend resultaat geven.

Visuele waarneming

Visueel is de Jellyfish Nebula een uitdagend maar bereikbaar object voor ervaren waarnemers met adequate instrumenten en filters. Zonder filter is de nevel vrijwel onzichtbaar, zelfs in grote instrumenten, de oppervlaktehelderheid is te laag om zonder filterassistentie waarneembaar te zijn. Met een OIII-filter verandert het beeld dramatisch. In een telescoop van 150 tot 200 mm met een OIII-filter en een donkere hemel zijn de helderste bogen van de noordoostelijke helft van de nevel zichtbaar als een zwakke maar duidelijke boogstructuur. De compacte, scherp omlijnde filamenten van dit deel van de nevel reageren goed op het OIII-filter en zijn relatief gemakkelijk te herkennen voor een geoefend oog. De zuidwestelijke helft van de nevel, met zijn diffusere en meer uitgespreide structuur, is visueel moeilijker te onderscheiden. Bij grote instrumenten van 300 mm en meer en excellente omstandigheden zijn ook de flauwere structuren van dit deel zichtbaar als een zwakke, onregelmatige verlichting rondom de helderdere noordoostelijke boog. Het totaalplaatje, de kwal in al zijn glorie, is visueel slechts bij uitzondering te benaderen en vraagt om de beste apparatuur en de donkerste luchten. Een UHC-filter geeft soms betere resultaten dan een OIII-filter voor IC 443, afhankelijk van de helderheid en het openingsdiameter van het gebruikte instrument. Grotere telescopen profiteren meer van het selectievere OIII-filter, terwijl kleinere instrumenten soms beter af zijn met het bredere doorgangsbereik van een UHC-filter dat meer totaal licht doorlaat.

Wetenschappelijk belang

IC 443 is voor astrofysici een van de waardevolste objecten aan de hemel, en het object staat al decennialang centraal in meerdere actieve onderzoeksgebieden. Als relatief nabij en uitgebreid supernova-restant dat interacteert met een moleculaire wolk en een pulsar bevat, biedt het een unieke gelegenheid om de fysica van supernova-restanten in detail te bestuderen. De schokgolfinteractie met de moleculaire wolk is een bijzonder productief onderzoeksgebied. Modelstudies van de botsing tussen de supernova-schokgolf en de moleculaire materie leren astronomen iets over de manier waarop energie wordt overgedragen in het interstellaire medium, hoe moleculen worden gevormd en vernietigd in schokgolven, en hoe de chemische samenstelling van het interstellaire medium wordt beïnvloed door supernova-explosies. IC 443 is in dit verband bestudeerd met vrijwel elk groot radioobservatorium ter wereld, van de Very Large Array (VLA) in New Mexico tot de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in Chili. Het bewijs voor kosmische-stralingversnelling in IC 443, geleverd door de Fermi-telescoop in 2013, heeft het object ook een centrale rol gegeven in de hoge-energieастrofysica. Vervolgstudies met zowel Fermi als de grondgebonden Cherenkov-telescopen MAGIC en VERITAS hebben de gammastraalspectrum van IC 443 in detail in kaart gebracht en de energiedistributie van de versnelde deeltjes bepaald, informatie die cruciaal is voor het begrijpen van het mechanisme van kosmische-stralingversnelling in supernova-restanten.

De Kwallennevel in het sterrenbeeld Tweelingen gefotografeerd door Bernard Couet.

 

Kris Christiaens

K. Christiaens

Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1854

Het gebeurde toen

De Duitse sterrenkundige Albert Marth ontdekt vanuit het South Villa Observatory in Londen de planetoïde 29 Amphitrite. Deze planetoïde heeft een gemiddelde diameter van 212 kilometer en heeft een oppervlak met een hoog albedo waardoor deze een helder oppervlak heeft. Uit sterbedekkingen is gebleken dat de planetoïde Amphitrite mogelijk een natuurlijke satelliet heeft. De naam van deze planetoïde verwijst naar de naar godin Amphitrite die in de Griekse mythologie de vrouw van Poseidon was, de god van de zee.

Ontdek meer gebeurtenissen

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken