Foto: National Technical University of Ukraine

Er zijn maar weinig figuren in de geschiedenis van de ruimtevaart en de strategische bewapening zo invloedrijk geweest als Vladimir Nikolajevitsj Tsjelomej (Vladimir Chelomey), en tegelijk zo onbekend bij het grote publiek. Decennialang werden zijn namen, zijn ontwerpen en zijn verwezenlijkingen afgeschermd achter het dikste staatsgeheim van de Sovjet-Unie. Zelfs de onderscheidingen die hij ontving, werden bij geheime decreten toegekend. Pas jaren na zijn dood begon de wereld te begrijpen welke rol deze ingenieur had gespeeld in de wereldpolitiek van de twintigste eeuw.

Vladimir Nikolajevitsj Tsjelomej werd geboren op 30 juni 1914 in Sedlets, in het toenmalige Russische Keizerrijk op het grondgebied van het huidige Polen, en overleed op 8 december 1984. Hij was één van de drie leidende raketontwerpers van de Sovjet-Unie in de beginjaren van het ruimtetijdperk, naast Sergej Koroljov en Michail Yangel.

Beginjaren en opleiding

Tsjelomej werd geboren in een Oekraïense familie in Siedlce. Toen hij drie maanden oud was, vluchtte zijn gezin naar Poltava in Oekraïne, omdat het Oostelijk Front van de Eerste Wereldoorlog dicht bij Siedlce kwam. Toen Vladimir twaalf jaar oud was, verhuisde de familie opnieuw, ditmaal naar Kyiv. Tsjelomej groeide op in een onderwijzersgezin, wat zijn vroege intellectuele ontwikkeling sterk bevorderde. De sfeer thuis was doordrenkt van een respect voor kennis en nauwgezetheid, eigenschappen die hij zijn leven lang zou hanteren als ingenieur en wetenschapper. In 1932 werd Tsjelomej toegelaten tot het Kyivse Polytechnisch Instituut (later de basis van het Kyivse Luchtvaartinstituut), waar hij zich toonde als een student met uitzonderlijk talent. Wikipedia Hij studeerde er wiskunde en natuurkunde met grote ijver. In 1936 publiceerde hij al een boek over vectoranalyse. Na zijn afstuderen met lof aan de Academie der Wetenschappen van de Oekraïense SSR in 1937, werd hij er aangesteld als docent en behaalde hij in 1939 zijn doctoraat. In 1940 werd hij, op 26-jarige leeftijd, geselecteerd als een van de 50 beste jonge wetenschappers van de USSR voor een bijzonder doctoraalsprogramma aan de Academie der Wetenschappen van de USSR. Hij was de jongste van de vijftig uitverkorenen. Het onderwerp van zijn proefschrift luidde: "Dynamische stabiliteit en sterkte van de elastische keten van een vliegtuigmotor." Hij ontving daarvoor de Stalinstipendium van 1.500 roebel per maand, een aanzienlijk bedrag in die tijd, want een gewone universiteitsprofessor verdiende toen 1.200 roebel. Tsjelomej zette zijn wetenschappelijk onderzoek voort en behaalde een doctoraat in de wetenschap aan de Bauman Moskouse Hogere Technische School. Na zijn dissertatieverdediging in 1951 werd hij in 1952 benoemd tot professor aan die school. Hij combineerde zijn academische positie met zijn werk als ontwerper, een zeldzame combinatie die hem de reputatie bezorgde van iemand die zowel theoretisch als praktisch uitzonderlijk sterk was.

De oorlog als katalysator voor zijn raketontwerpen

De Tweede Wereldoorlog was de cruciale omstandigheid die Tsjelomej van theoretisch wetenschapper tot raketpionier maakte. Tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog werkte Tsjelomej aan het Centraal Instituut voor Luchtvaartmotorontwikkeling (TsIAM) in Moskou, waar hij in 1942 de eerste Sovjet-pulserende straalmotor creëerde — onafhankelijk van gelijktijdige ontwikkelingen in nazi-Duitsland. Dit was een technologische doorbraak van de eerste orde. De pulserende straalmotor was precies de aandrijftechnologie die de Duitsers gebruikten voor hun gevreesde V-1 vliegende bom, die Londen en Antwerpen terroriseerde. Het feit dat Tsjelomej deze technologie zelfstandig had herontdekt, vestigde zijn naam bij de hoogste Sovjet-autoriteiten. In juni werd Tsjelomej uitgenodigd in het Kremlin, waar Georgi Malenkov, de plaatsvervanger van Stalin voor de luchtvaartsector, hem vroeg of de V-1 gereproduceerd kon worden. Tsjelomej gaf een zelfverzekerd antwoord en bevond zich twee dagen later aan het hoofd van een nieuwe afdeling van honderd man bij TsIAM. Dit was het beslissende keerpunt. Van wetenschapper werd Tsjelomej nu operationeel ontwerper met een staatsopdracht. Al in december 1944 werd de raket, met de codenaam 10Kh, getest vanuit Petlyakov Pe-8 en Tupolev Tu-2 vliegtuigen. Na de oorlog dreef een combinatie van persoonlijke ambitie en geopolitieke noodzaak Tsjelomej steeds dieper de raketwereld in. De Sovjet-Unie stond tegenover de Verenigde Staten in een nucleaire wapenwedloop en had behoefte aan intercontinentale raketten, kruisvluchtwapens en uiteindelijk draagsystemen voor de ruimtevaart. Toen in de mid-jaren vijftig kruisvluchtwapens in de schaduw kwamen te staan van ballistische raketten, en Sergej Koroljovs prestige enorm steeg na Spoetnik 1, zocht Tsjelomej ook toegang tot dat domein.

Tsjelomej in 1967 - Foto: G. Korabelnikov / Moscow City Archives

Zijn grootste realisaties

Tsjelomejs eerste grote verwezenlijking was de 10Kh, de Sovjet-kopie en -verbetering van de Duitse V-1. Eind 1944 had hij de Duitse motor gereproduceerd, en halverwege 1945 had hij een soortgelijk projectiel naar eigen ontwerp gebouwd. Dit succes leidde rechtstreeks tot de oprichting van een eigen ontwerpbureau. In 1955 richtte Tsjelomej een nieuw ontwerpbureau op, bekend als OKB-52, in Reutov nabij Moskou. Daar begon hij te werken aan een reeks geavanceerde kruisvluchtwapens voor de marine. In het gezicht van felle concurrentie van ervaren luchtvaartontwerpers als Mikojan, Iljoesjin en Beriev, slaagde Tsjelomej erin zijn P-5 kruisvluchtraket te laten adopteren door de marine. Dit was de eerste door onderzeeërs gelanceerde kruisvluchtraket ter wereld. Tsjelomej was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van 's werelds eerste antischeepskruisvluchtwapens. Deze wapens gaven de Sovjet-marine een asymmetrische capaciteit om westerse vliegdekschepen en oppervlakteschepen te bedreigen, een strategisch voordeel dat de Navo decennialang zorgen baarde.

Tsjelomejs meest indrukwekkende militaire erfenis ligt in zijn reeks intercontinentale ballistische raketten, de zogenaamde "Universele Raket" (UR)-familie. De UR-100 was de lichtgewicht ICBM van de Sovjet-Unie, het antwoord op de Amerikaanse Minuteman, en werd ingezet in grotere aantallen dan welk ander ICBM ook in de geschiedenis. Het bleef een raadsel voor de westerse inlichtingendiensten tot na de val van de Sovjet-Unie. Het stelde de Sovjet-Unie in staat om de Verenigde Staten in strategische afschrikkingscapaciteit te evenaren en vervolgens te overtreffen. Het was Tsjelomejs kroonjuweel als erfenis aan zijn land. De schaal van de inzet is duizelingwekkend: de UR-100 bereikte zijn initiële operationele capaciteit bij de Strategische Raketstrijdkrachten in 1966, en tegen 1972 waren 990 lanceerinstallaties uitgerold. Nog eens 420 lanceerinstallaties van nieuwere versies werden tegen 1976 toegevoegd. De UR-100 en zijn varianten waren de standaard kleine ICBM van de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog. De Proton begon zijn bestaan als een "super-zwaar ICBM." Hij was ontworpen om een thermonucleair wapen van 100 megaton of meer over een afstand van 13.000 kilometer te lanceren. Hij was te groot voor een ICBM en werd nooit als zodanig ingezet. Uiteindelijk werd hij gebruikt als draagraket voor de ruimtevaart. De eerste lancering van de UR-500 (ook bekend als Proton) vond plaats begin 1965. Hoewel hij nooit gebruikt werd om kosmonauten naar de Maan te sturen, zoals Tsjelomej had gehoopt, werd de Proton de standaard zware draagraket van het Sovjet- en later Russische vloot, en zou hij in de volgende decennia worden ingezet voor planetaire sondes, ruimtestations, geostationaire satellieten en meer. Moderne versies van het lanceersysteem zijn nog steeds in gebruik in 2026, waarmee het een van de meest succesvolle zware draagraketten in de geschiedenis van de ruimtevaart is. De UR-700 was Tsjelomejs inzending voor de zware lancering in het kader van de Sovjet-maanrace. Hij was bedoeld om kosmonauten naar de Maan te brengen via een directe ascent-missie met het LK-1 maanvaartuig. Koroljovs N1-raket en het Sojoez-7K-LOK/LK-systeem werden uiteindelijk gekozen voor de missie, en de UR-700 verliet nooit de tekentafel. Hij zou een laadcapaciteit naar een lage aardbaan gehad hebben van 151 metrische ton, vergelijkbaar met de Amerikaanse Saturn V.

Op 12 oktober 1964, slechts twee dagen vóór de staatsgreep tegen zijn beschermheer Chroesjtsjov, verkreeg Tsjelomej toestemming om te beginnen aan de ontwikkeling van een groot bemand militair ruimtestation: de Almaz. Dit station van 20 ton zou drie kosmonauten in een baan om de aarde brengen met een enkele lancering van zijn UR-500K Proton-raket. De Almaz werd gelanceerd als Saljut 2, Saljut 3 en Saljut 5. De technologie van het Almaz-romphullontwerp had bovendien een veel langduriger impact: de DOS-ruimtestationkernmodules waren gebaseerd op het Almaz-OPS-romphullontwerp. Hiervan afgeleid zijn DOS-1 (de basis voor Saljut 1 in 1971, het eerste ruimtestation in de geschiedenis), DOS-5 en DOS-6 (de kernen van de langlevende Saljut 6 en Saljut 7), DOS-7 (de Mir-kernmodule voor Mir, het eerste modulaire ruimtestation) en DOS-8 (het Zvezda-servicemodule voor het Internationaal ruimtestation ISS, dat vanaf 2025 nog steeds in gebruik is). OKB-52 ontwierp ook antisatellitwapens zoals Polyot. Anders dan eerdere satellieten waren Tsjelomejs Polyot-1 (1963) en Polyot-2 (1964) uitgerust met een voortstuwingseenheid die hen in staat stelde hun banen zelf te veranderen. Dit was een wereldprimeur: voor het eerst kon een satelliet actief zijn eigen baan aanpassen, een technologie die de basis legde voor moderne orbitale manoeuvreerbaarheid en antisatellietsystemen.

Politieke gevechten en de schaduw van Chroesjtsjov

Tsjelomejs carrière was onlosmakelijk verbonden met de Sovjet-politiek. Om zijn positie te verstevigen, en wellicht ook omdat hij zich herinnerde wat er eerder met hem en Mikojan was gebeurd, nam hij in maart 1958 bewust de zoon van Nikita Chroesjtsjov, Sergej, aan als ingenieur. False Steps Met Chroesjtsjovs bescherming transformeerde Tsjelomej zijn kleine organisatie in een groot ruimteonderneming die zelfs kon concurreren met die van Koroljov. Na de val van Chroesjtsjov in 1964 begon Tsjelomejs ster te tanen. In de late jaren zeventig verloor Tsjelomej het grootste deel van zijn steun in de hoogste Sovjet-regeringskringen toen zijn beschermheer, minister van Defensie Andrej Gretsjko, overleed. In 1981 werd Tsjelomej uitgesloten van verdere werkzaamheden in het Sovjet-ruimteprogramma. Tsjelomej werd uiteindelijk tweemaal onderscheiden met de Held van de Socialistische Arbeid (in 1959 en 1963), de hoogste onderscheiding die in de Sovjet-tijd aan burgers kon worden toegekend. In 1962 werd hij lid van de Academie der Wetenschappen van de USSR, afdeling Mechanica. Daarnaast ontving hij de Leninprijs en meerdere Staatsprijzen van de USSR, veelal toegekend via geheime decreten.

Dood en nalatenschap

Tsjelomej verkeerde nog in goede gezondheid toen hij in december 1984 een bizarre ongeluk overkwam op zijn landgoed. Terwijl hij de garagedeur sloot, raakte zijn Mercedes in beweging en verpletterde hem. Wat aanvankelijk als een ernstige beenbreuk leek, bleek fataal. Hij overleed op 8 december 1984, 70 jaar oud. Amerikaanse experts erkenden later dat als Tsjelomej het maanlandingsprogramma had geleid, Sovjet-kosmonauten eerder een wandeling op het maanoppervlak hadden gemaakt dan de Amerikanen. Veel van Tsjelomejs creaties, zoals de Almaz, de Proton en de TKS, dienen het huidige Russische ruimteprogramma nog steeds in bijgewerkte vorm. De Proton raket alleen al voerde in zijn lange dienstperiode honderden lanceringen uit en droeg ruimtestations, planeetsondes en communicatiesatellieten naar de baan om de aarde. De Zvezda-module van het Internationaal ruimtestation ISS, vandaag nog operationeel, is een directe afstammeling van zijn Almaz-ontwerp. Vladimir Nikolajevitsj Tsjelomej was misschien wel de best bewaarde geheime grootheid van de ruimtevaartgeschiedenis: de man die met zijn raketten de geopolitieke balans van de Koude Oorlog bepaalde, maar wiens naam decennialang alleen fluisterend werd uitgesproken in de gangen van het Kremlin.

 

Kris Christiaens

K. Christiaens

Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1983

Het gebeurde toen

Het Amerikaanse ruimteveer Challenger wordt vanop het Kennedy Space Center in Florida voor de eerste maal in de ruimte gebracht. Aan boord bevinden zich vier astronauten en de eerste Amerikaanse Tracking and data relay satellite (TDRS) communicatiesatelliet. De vlucht duurde 5 dagen en 23 minuten en na 3 370 437 km te hebben afgelegd in 80 complete rondjes om de Aarde keerde het ruimteveer Challenger op 9 april 1983 terug naar de Aarde. Foto: NASA

Ontdek meer gebeurtenissen

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken