The History of Meteoritics and Key Meteorite Collections: Fireballs, Falss and Finds

Dit boek is Special Publication 256 in de prestigieuze reeks van de Londense Geological Society en was een lang verwacht werk over de geschiedenis van het meteorieten fenomeen. Het is een essentieel geschiedkundig verslag van de wetenschappelijke benadering en classificatie van meteorieten en het opstarten van meteoriet verzamelingen in musea wereldwijd.

De geschiedenis van de eerste waarnemingen en bewaarde specimen sinds de Nogata val in Japan (891) en de Ensisheim val in Frankrijk (1492) wordt uitvoerig beschreven. Daarna zijn de wetenschappers uit de Renaissance en de 18de eeuw aan de beurt.

De studie van meteorieten blijkt al gauw een interdisciplinaire wetenschap en het werk van Ernst Chladni leidt in 1794 tot een verklaring dat meteorieten van kosmische afkomst zijn.

In 1798 bewezen Heinrich Brandes en Johann Benzenberg dat meteoren natuurverschijnselen zijn die zich voordoen in de bovenste lagen van de Aardse dampkring.

Het louter experimentele onderzoek begon in de 19de eeuw met wetenschappers zoals Gabriel Daubrée, Edward Howard, Johann Neumann, Karl Reichenbach en William Thomson. De term “meteoritics” om de wetenschappelijk onderzoek van meteorieten te beschrijven, dateert van 1915 en werd door de Amerikaanse geoloog Farrington in het leven geroepen.

Er zijn tevens aparte hoofdstukken betreffende de oorsprong van het zonnestelsel, de classificatie van meteorieten, tektiet, chondrulen, asteroïden en het Japanse programma om meteorieten te verzamelen op de Zuidpool sinds 1969.

Het boek bespreekt uitvoerig het ontstaan van de meteoriet collecties van musea in Berlijn, London, Moskou, New York, Parijs, Perth, het Vaticaan en Wenen. Een prachtige en goed geïllustreerde uitgave die niet mag ontbreken op de boekplank van elke “meteorite addict”!

Dit gebeurde vandaag in 1985

Het gebeurde toen

De Russische ruimtesonde Vega 1, die op weg is naar de komeet Halley, vliegt langs de planeet Venus en laat er een lander en ballon achter die het oppervlak en de atmosfeer van deze planeet verder onderzoeken. In het midden van de meest actieve van de drie wolkenlagen namen de instrumenten aan boord van de ballon een temperatuur van 300 tot 310 K waar en een luchtdruk van 535 mbar. De ballon zweefde uiteindelijk westwaarts, op praktisch ongewijzigde breedtegraad, met een snelheid van 69 m/sec. Tot op heden blijft het onbekend hoe ver de ballon uiteindelijk vloog, echter ten tijde van het laatste signaal op 13 juni 1985 had hij 11 600 kilometer afgelegd. De metingen van de ballon gaven aan dat het wolkendek sterk verschilde van dat wat Pioneer Venus waarnam.

Ontdek meer gebeurtenissen

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken