De analoge camera

Geschreven door Karel Dewaele
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

I. De camera

I.1. Onderdelen

De meest aangeraden camera is de 24x36 mm spiegelreflexcamera. 24x36 mm staat voor het negatiefformaat. Er bestaan ook 45x60 en 60x60 mm formaten, maar deze worden maar zeer zelden toegepast in de sterrenfotografie. Om u te laten kennismaken met de camera leggen we aan de hand van een Nikon FM3 de functies uit.

alt
Figuur 1: Een goede astrocamera met zijn functies

Dit is een relatief oude spiegelreflexcamera die zeer geschikt is voor astrofotografie.
We onderscheiden de volgende zaken:

  • Het scherpstelwiel : zoals je ziet is de camera ingesteld op oneindig (8). Bij modernere camera's met of zonder LCD-display is dit meestal aangeduid als een bergje.
  • De diafragmakeuze: (zie objectiefkeuze) lees meer hierover verder
  • De sluiterkeuze: Dit bepaalt de snelheid van de sluiter, dus hoe lang de film belicht wordt. Dit is enkel nog aanwezig op de oudere camera's en professionele geavanceerde modellen. Bij hedendaagse fototoestellen gebeurt de aanpassing aan de lichtsterkte 'automatisch' via een optisch oog, en is de sluitersnelheid niet manueel te kiezen. In deze tak van de fotografie is dat hinderlijk, zeker als je ook maan- , zon- en planetenopnames wilt maken. Bij deze camera kunnen belichtingstijden van 1/4000 seconde tot de B-stand genomen worden.
  • De ontspanknop: Hierop wordt de draadontspanner aangesloten. Meer hierover lees je verder.
  • De doorvoerhendel: Deze hendel moet overgedraaid worden om binnenin de camera de film over te draaien zodat een nieuw stuk negatief voor de lens wordt geplaatst.
  • De zoeker: Hier zie je het beeld dat door de lens binnenvalt.
  • Flitseraansluiting: Dit is niet nodig in de astrofotografie. Enkel als je de camera ook voor dagelijkse situaties wilt toepassen, is dit nuttig.

Al bij een eerste kijk op de camera zie je kleine cijfers en letters staan bij de lens. Dit is zeker belangrijk en valt niet te vergeten bij de keuze van een camera. Normaal zul je 2 getallen zien staan, of 3. Hieronder staat hoe je ze kunt herkennen, wat ze betekenen en wat de beste waarde is voor gebruik in astrofotografie.

alt
Figuur 2: Een lens met zijn eigenschappen

  • De brandpuntsafstand[1]: dit is de afstand tussen de lens en de film, dit wil zeggen de plaats waar de beeldvorming het scherpst is (=brandpunt). De brandpuntsafstand wordt op de camera meestal aangeduid als f=(x) met als x de getalwaarde. Deze waarde wordt uitgedrukt in millimeter. Algemeen gezien geldt: hoe groter de brandpuntsafstand, hoe groter het te fotograferen object op de film, en hoe kleiner het gezichtsveld van de lens. De dag van vandaag is de brandpuntsafstand van de meeste camera's zo'n 38 millimeter, een standaardlens. Bij de oudere modellen stoot je meestal op 50 mm. De lens hierboven heeft een veranderlijke brandpuntsafstand (=zoomlens) van 18-50 mm. In de categorie 'De film' wordt besproken welke brandpuntsafstanden, en daarmee ook de openingsverhouding het best geschikt zijn voor welk object.


  • De lensdiameter [2]: dit is de grootte van de lens. Algemeen gezien: hoe groter de brandpuntsafstand, hoe groter de lensdiameter. Bij moderne camera's is de lensdiameter vaak klein, waardoor er lang belicht moet worden. De lensdiameter wordt zelden getoond op de lens, maar wordt aangeduid met x) of D=(x) met als x de getalwaarde in mm.

  • De openingsverhouding [3]: dit is de verhouding tussen brandpuntsafstand en lensdiameter (F/D) of ook wel lichtsterkte van het objectief genoemd. Deze waarde omvat de twee vorige en is een cruciaal aspect als het gaat om belichtingstijden. De openingsverhouding wordt getoond als f/(x) of 1:(x) met als x de getalwaarde. Heb je bijvoorbeeld een lens Ø 55mm en f=135mm, dan is f/ 2.45. Bij de camera hierboven is de openingsverhouding verschillend omdat de brandpuntsafstand ook verschillend is. Algemeen gezien is een lens met een openingsverhouding kleiner dan 2.8 zeer geschikt voor astrofotografie. Spijtig genoeg zijn de lenzen van vandaag vrij lichtzwak, waardoor ze minder geschikt zijn voor astrofotografie. Oudere, afneembare objectieven zijn vaak zeer degelijk en lichtsterk (bv. f/1.4). Bij deze oudere objectieven is een diafragma voorzien, een soort van gordijn dat de lichtsterkte kan doen afnemen. Elke 'stop' halveert de hoeveelheid licht die de film bereikt. In de categorie 'Belichtingstijden' kun je berekenen welke openingsverhouding het best geschikt is voor jou, en hoe lang je dan moet belichten.

I.2. De spiegelreflexcamera

Het in de astrofotografie meest gebruikte fotoapparaat is de spiegelreflexcamera. Anders dan bij een gewoon fototoestel wordt het licht dat de lens binnenkomt, weerkaatst naar een vijfhoekig prisma en vervolgens naar de zoeker. Hierdoor krijgt men de mogelijkheid om het verkregen beeld te zien en te kunnen scherpstellen. Hét grote voordeel van een spiegelreflexcamera is het feit dat je de objectieven kunt verwisselen en de camerabody makkelijk achter de telescoop kunt monteren. Zo zal je eerder een 135 mm f/2.8 willen gebruiken bij het fotograferen van samenstand van een komeet en een deepsky-object, of een 18 mm 'fisheye-lens' bij het fotograferen van de volledige melkweg. Meestal zal de koppeling tussen de camerabody en het objectief door middel van een bajonetvatting.

alt
Figuur 3: het principeschema van elke spiegelreflexcamera

  • 1. De lichtbron
  • 2. De lens
  • 3. Het scherpstelwiel: dit onderdeel is bij de meeste camera's (niet bij automatische modellen) aanwezig en dient bij astrofotografie zonder telescoop op oneindig (meestal aangeduid als '8') te worden ingesteld.
  • 4. De lichtweg
  • 5. De opklapbare reflexspiegel: deze vlakke spiegel heeft als doel het verkregen beeld te reflecteren naar het prisma. Als een foto genomen wordt, klapt deze spiegel naar boven, zodat het licht de negatieffilm kan bereiken.
  • 6. De film
  • 7. Het matglas: dit is een hulpstuk om op scherp te stellen. Bij sommige spiegelreflexcamera's kan het matglas worden vervangen. Dan wordt aangeraden een zeer helder matglas te plaatsen met kruisdraadverdeling, zodat je gemakkelijk een ster kan focusseren op de foto.
  • 8. Het vijfhoekig prisma of pentaprisma: reflecteert het beeld naar de zoeker

alt
Figuur 4: Het pentaprisma in de spiegelreflexcamera

I.3. Behoeftes voor een goede astrocamera

Ben je verstomd bij het zien van de camera's hierboven? Geen paniek, meestal zal je met iets minder geschikte apparatuur of een lichtzwakke lens toch zeer mooie foto's kunnen maken. Je moet wel rekening houden met de volgende voorwaarden:

  • Je moet de camera kunnen bevestigen op welke manier dan ook. Onderaan zal meestal een schroefdraad zijn voorzien, waardoor je een boutje in de camera kan draaien en met een vleugelmoertje stevig bevestigen. Let wel op, bij de meeste camera's heeft de schroefdraad een andere spoed dan de bout die je gebruikt, maar met een vleugelmoertje en ijzeren rondje zit het geheel toch goed vast. Op deze manier kun je de camera monteren op een statief/volgplankje/telescoop, maar meer hierover lees je bij volgmethodes.
  • De camera dient bij voorkeur mechanisch te werken. De reden hiervoor is dat bij lange sluitertijden de batterij snel leeg is. Ga dus op zoek op zolder, oude modellen zijn vaak zeer degelijk gemaakt.
  • Met de camera moet je kunnen kiezen welke belichtingstijd je neemt. Dit is het misschien wel het meest essentiële stuk als je een camera gaat kiezen/beoordelen. Bij spiegelreflexcamera's, maar ook bij andere soorten camera's wordt de optie lang belichten meestal aangeduid als een "B" of "T". Elektronisch aangedreven fototoestellen zullen deze functie plaatsen bij de menuknop "flits". Let op, bij lage sluitersnelheden moet de flits uitgeschakeld worden!

Op deze manier dient de ontspanknop constant ingedrukt te worden. De sluiter is open zolang je de ontspanknop indrukt. Om trillende sterren op foto's en verkrampte vingers te voorkomen, gebruiken we een draadontspanner:

- De ontspanknop dient voorzien te zijn van schroefdraad, zodat de draadontspanner er kan opgeschroefd worden.

alt
Figuur 5: Een standaard-draadontspanner

- zorg ook voor een blokkeersysteem (normaal aanwezig), dit kan bijvoorbeeld een klemboutje zijn.

alt
Figuur 6: Blokkeersysteem op een draadontspanner

De draadontspanner gemonteerd op de ontspanknop zonder schroefdraad

Een draadontspanner voor een ontspanknop met schroefdraad is gemakkelijk te vinden. Maar natuurlijk heb jij nu een elektronisch model met een ontspantoets zonder schroefdraad! Gelukkig zijn er enkele alternatieven als je vindingrijkheid hebt. Ik heb een eenvoudig systeempje uitgedacht dat goed werkt.

Hieronder wordt beschreven met voorbeelden en foto's hoe je zelf dit probleem kunt oplossen.

alt
Figuur 7: Een mogelijke oplossing voor een elektronische camera

De figuur hierboven toont aan hoe je dit probleem eenvoudig met eigen materiaal kan oplossen. Op de bout waar later de camera op moet komen, worden eerst een vleugelmoer en het draagstuk voor de draadontspanner geschroefd. Vervolgens kan de camera erop en wordt met de vleugelmoer het draagstuk in de correcte positie gebracht zodat de draadontspanner zich mooi boven de ontspanknop bevindt.

Het draagstuk kan makkelijk zelf gemaakt worden. Ik gebruikte een plooibaar inox-plaatje dat voorzien was van gaatjes, zodat de constructie vlot verliep. Dit metaal veert een klein beetje, dus hou de afstand vleugelmoer-draadontspanner zo kort mogelijk.

Draadontspanners zijn de laatste tijd niet meer courant verkrijgbaar. Met wat geluk heeft een foto- en accessoirewinkel het nog ergens liggen. Bij de meeste fotografen zul je ze wel nog kunnen bestellen. Een alternatief is de kabel bij een oude grasmachine om het toerental te regelen. Er is geen blokkeersysteem nodig, de hendel blijft automatisch ingedrukt. Op de grasmachine is de kabel meestal tegen de motor geklemd met een klemijzertje. Dit kan je gebruiken om de kabel vast te maken aan het draagstuk. Een nadeel van sommige kabels is dat ze tamelijk hard is. Hierdoor kan de trilling van het overduwen van de hendel toch doorgegeven worden aan de camera. Enige oplossing hiervoor is:

  • bij het begin van de opname: het instellen van de camera op aftelmodus. Je duwt de hendel over, laat de kabel los en in 10 seconden doet de camera de sluiter open.
  • bij het einde van de opname: een zwart karton of doek voor de cameraopening houden (let op voor lichtreflecties op het karton en het aanraken van de camera) en vervolgens de opname beëindigen.

    Doordat je bij het nemen van een astrofoto sowieso al op veel aspecten moet letten, is het aangeraden een soepele draadontspanner te gebruiken, wat het gebruiksgemak vergroot.
  • alt
    Figuur 8: Een homemade ontspannersysteem

Dit gebeurde vandaag in 1992

Het gebeurde toen

Vanop de Cape Canaveral lanceerbasis in Florida wordt de Amerikaanse ruimtesonde Mars Observer gelanceerd. Het ruimtevaartuig werd uitgerust met verschillende wetenschappelijke instrumenten om studies uit te voeren op gebied van geologie, geofysica en het klimaat op Mars. Toen de brandstoftanks onder druk werden gezet, in voorbereiding om in een baan rond Mars te komen, verbrak op 21 augustus 1993 het contact met de aarde en werd er nooit meer iets van de Mars Observer gehoord. Foto: NASA

Ontdek meer gebeurtenissen

Het weerbericht op Mars

Geplande evenementen

Geen geplande evenementen
Meer Evenementen

Messier 56

Messier 56
M56, ook gekend als NGC 6779, is een kleine onregelmatige bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Lier. Deze bolhoop staat op een afstand van 32 900 lichtjaar en meet slechts 85…
Lees meer...

Steun Spacepage!

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

96%

Sociale netwerken